In dit boek spreken negentien filosofen die zich lang en intensief met Nietzsche bezighielden, over hoe hun relatie met Nietzsche ooit begon.
In een vroege autobiografische aantekning schrijft Nietzsche over de ervaring van zijn eerste lectuur van Schopenhauer en vermeldt dan hoe een demon hem influisterde at hij dit boek van Schopenhauer moest lezen. Opmerkelijk in de hier gebundelde 'eerste ontmoetingen' met het werk van Nietzsche is dat die allemaal door een of andere demon, vaak een vriend, soms een leraar werden ingegeven. De wijze waarop zij terugkijken laat iets zien van de wijze waarop hun relatie met Nietzsche vruchtbaar is geworden.